Het mooie van reizen is het ontdekken van nieuwe dingen, zowel bij jezelf als van gebieden in andere delen van de wereld. Het is als Floortje Dessing eens heeft gezegd “Het reizen komt voort uit een soort onrust, maar ook de nieuwsgierigheid naar de rest van de wereld en het enthousiasme om dit te ondernemen”. Ik voel me dan ook een wereldburger en wil mezelf dan ook niet verstoppen in het hokje “Nederland”.
“Iedereen is van de wereld, de wereld is van iedereen”
Vanuit dat idee en de mogelijkheid om het te kunnen doen, reizen kost tenslotte tijd en geld, verken ik op mijn tempo de wereld. De ene keer is dat binnen Europa en een andere keer ligt dat erbuiten, hoewel ik met het laatste voor m’n gevoel nog maar nauwelijks ben begonnen, maar op tempo ligt geen maat.
Ik heb mijn voorbereidingen voor het komende Nieuw Zeeland avontuur achter de rug en met behulp van Pacific Island Travel is de reis verder vorm gegeven en “geregeld”. Een reis agent die ik overigens zeer kan aanbevelen. De samenwerking is erg goed en men is zeer deskundig en behulpzaam.
Op 19 maart 2018 heb ik het eerste deel van de reis afgelegd, van Amsterdam naar Singapore, een vlucht van ruwweg 11 uur. In Singapore had ik een stop-over van 14 uur waardoor ik de mogelijkheid had om even de stad in te gaan en heb dan ook Marina bay en The Gardens kunnen bekijken.
Heel fijn en comfortabel was het kunnen beschikken over een hotelkamer, waar ik nog even heb kunnen slapen en douchen, een welkome afwisseling in de lange reis. Vervolgens heb ik in een vlucht van ongeveer 12 uur het tweede deel van mijn heenreis gemaakt van Singapore naar Christchurch, waar ik op 21 maart mijn eerste kamp heb opgeslagen op het North South Holliday parc, een camping net buiten de stad, op loopafstand van het vliegveld. Volgens het vooraf samengestelde schema verblijf ik daar een paar dagen. Ik heb wat aanloopproblemen als het gaat om betalingsverkeer. Het is altijd verstandig om meerdere betaalopties beschikbaar te hebben. Mijn Prepaid Creditcard deed het niet. Aangezien mijn bankpassen alleen werkten bij een ATM en niet bij winkelkassa’s, heb ik de rest van de reis met contant geld opzak gelopen. Dat werkt altijd, maar het is geen prettig idee. Ik had van tevoren bedacht dat ik de grote afstanden tussen de verschillende gebieden op het Zuidereiland met een bus zou afleggen. Uiteraard was liften ook een optie, maar hoewel men aangeeft dat het in NZ een veilige manier van reizen is, kies ik er toch voor om met een comfortabele coach de kilometers te overbruggen.

Je moet je overigens niet vergissen in de afstanden op dit eiland. Van Christchurch naar Nelson, mijn tweede verblijfplaats op het eiland, neemt met de bus al gauw zo’n 8 uur in beslag. De chauffeur van een interlokale coach is een ware gids als het gaat om het verstrekken van wetenswaardigheden van de gepasseerde gebieden. Soms is het even doorbijten, want er zijn chauffeurs die blijven praten en niet altijd even verstaanbaar, door de “sleng”, het Nieuw Zeelandse dialect. Hoewel het onderweg slecht weer is valt er veel te genieten. Als we richting het noorden de stad Kaikoura passeren zien we aan de kust al snel de eerste Fur Seal kolonies verschijnen. In grote groepen liggen ze in op de rotsen uit te rusten en te slapen. Volwassen exemplaren en jongen, een lust voor het oog!
Verder naar het noorden, in de stad Blenheim, maken we een overstap naar een andere bus die ons tot in Nelson brengt. Nelson is een kleine plaats aan de noordkant van het Zuidereiland en wordt vaak als uitvalsbasis gebruikt door backpackers die verder westwaarts trekken richting Abel Tasman Coastal track. Dat is ook mijn bestemming. Op een camping van Top10 Hollidayparc, net buiten het centrum van de stad, zet ik mijn tent op voor de duur van 1 nacht, doe wat voorbereidende boodschappen, zoals een lading “gevriesdroogd” voedsel, stop nog een laatste was in de wasmachine en maak nog even gebruik van de douche. Het ontberen van een douche tijdens het lopen van de track de komende dagen is nog wel een ding hoor, maar goed… het is wat het is.
De volgende ochtend is het vroeg dag. De wekker gaat om 06.30u. Ik moet al om 08.00u bij een busstation zijn op 27th Bridge Street, dat ligt op een half uur lopen vanaf de camping. In de stromende regen overigens, floodingstreets. De tent gaat dus kletsnat mee. Het water gutst uit de zijwegen de hoofdstraat in. Gelukkig had ik me ook daarop voorbereid. Dik ingepakt in regenkleding haal ik onderweg voor het ontbijt nog even koffie en een broodje en dat kan ik bij het busstation droog naar binnen werken. Aangezien het vertrek niet strak om 08.00u plaats vindt ben ik natuurlijk ruim op tijd. Zoals altijd, daar hou ik van. Gewoon op t gemak het moment halen.
Ik had bij “Intercity Flex bus” vooraf via internet (in NL) 40 uur reistijd ingekocht. Zo werkt dat hier. Van tevoren moet je inschatten hoeveel reistijd je met een bus nodig denkt te hebben om dan vervolgens per rit een plek te reserveren. Ik heb dat dan ook meteen maar gedaan voor de hele reis.
De buschauffeur werkt bij het inchecken zijn namenlijstje af om vervolgens alle bagage in het ruim te laden. Omdat er passagiers zijn die niet weten of ze wel bij de goede bus staan wordt de chauffeur wat kriegelig, maar uiteindelijk rijden we nog redelijk op tijd Nelson uit in westerlijke richting met Marahau als uiteindelijke bestemming. Onderweg zie ik ondergelopen tuinen als gevolg van de hevige regenbuien. Hier en daar klotst het water tegen de deuren. Het lijkt hier een normale gang van zaken, niemand is echt onder de indruk. Het regent nog steeds maar ik ben hoopvol gestemd, gezien de weersvoorspellingen. We passeren Kaiteriteri. Hier zijn we in 2016 ook geweest, maar de aanblik van een verregend strand en de lege terrassen heeft toch een heel andere sfeer.
Bij het binnenrijden van Marahau wordt mijn stemming euforisch. Na twee jaar voorbereiden gaat het echt beginnen! Ik verlaat de bus bij het kantoor van Aquataxi en haal daar mijn tickets voor de terugreis via de zee. Omdat ik ruim in mijn tijd zit bestel ik bij het aangrenzende cafe een kop koffie en een muffin en breng daar enige tijd door. Ik heb daar een alleraardigst gesprek met twee schotten die ook op het marktplein van Delft hebben gestaan. Hoe toevallig wil je het hebben?!?

Inmiddels is het droog geworden en ga ik op pad richting The Barn, zo’n een campsite vlak aan het begin van de Abel Tasman Coastal Track, ATCT en sla daar mijn tent op. Zoals ik het van tevoren inschatte is dit een hippie-achtige camping met een relaxte sfeer. Perfecte plek om mijn reis echt te beginnen.
De spanning stijgt, morgen ga ik lopen!
Leave a comment