Als je me vraagt welk van de drie tracks die ik gelopen heb de mooiste is, The Abel Tasman Coastal Track, The Routeburn Track of The Milford Track, dan kan ik daar geen pasklaar antwoord op geven. Feit is wel dat ook de Routeburn track een onuitwisbare indruk bij mij heeft achtergelaten. Ik vind de sceneries van de tracks totaal verschillend en dat maakt de reis ook zo interessant! In de beschrijving op de DOC Site staat het volgende over de Routeburn Track geschreven:
“This is the ultimate alpine adventure, weaving through meadows, reflective tarns and alpine gardens. You’ll be rewarded with spectacular vistas over vast mountain ranges and valleys” (Bron: Department of Conservation)
Het is waar!
Waar zijn we gebleven in de reis…
Vandaag ben ik op terugtocht met de watertaxi van Toteranui naar Marahau en verder met de bus van Marahau naar Nelson.

De komende 4 dagen staan in het teken van de voorbereiding van de Routeburn Track die ik op 2 april start. Dat is andere koek, want ik trek de bergen in en het weer zal een stuk grilliger zijn! Nu eerst terug naar de noordelijke havenplaats Nelson. Ik verblijf daar wederom op het Nelson Top10 HP (holliday parc), wat voelt als thuiskomen. Op 31 maart stap ik al vroeg in de vooraf gereserveerde bus voor een reis van 2 dagen van Nelson naar Queenstown met een overnachting in Fox Glacier. In die dagen vul ik mijn voorraden weer aan, laat alle kleding en overig wasgoed een wasbeurt ondergaan en ben ik uitgerust en reisklaar.

Het zijn lange dagen in de bus. De chauffeurs zijn informatieve spraakwatervallen en vertellen de hele weg over van alles en nog wat en soms wens ik hun sprakeloosheid toe! Tijdens de busrit denk ik met weemoed, maar met veel plezier terug aan het avontuur van de Abel Tasman Track. Het zwoegen, de stranden, de zon en zee, sunrise en sunset, de boottocht terug naar Marahau, de mensen die ik onderweg heb ontmoet en gesproken. Dierbare herinneringen… Ik zal er zeker nog terugkomen!

Na twee dagen rijden ben ik weer in Queenstown, de stad die ik in 2016 ook heb bezocht. Het is een fijn weerzien met deze bruisende outdoor-city. Meteen na aankomst loop ik daar het office van DOC voor de verplichte incheck voor de Routeburn hike die de volgende dag begint. Helaas is hij al gesloten. Op zich geen probleem zei de dame van de naastgelegen I-Site. Ik had alle prints van reserveringen bij me en dat zou voldoende moeten zijn. Dat bericht stelde me gerust. Daarna nog even langs bij de busmaatschappij “Go Orange”om de tickets voor de heen- en terugreis te halen. In Nieuw Zeeland is het zo dat je ondanks je reservering ook altijd nog moet inchecken ter plaatse. Zo weten ze exact wie er uiteindelijk meegaan. Alles is nu geregeld en ik kan naar de campsite, aan de rand van het centrum om er mijn tent op te zetten.
Zoals alle vorige busritten was ook die van Queenstown naar de Routeburn shelter niet een gewone van A naar B rit. Er werd onderweg nog gestopt voor foto’s, koffie en een plaspauze in Glenorchy,

het laatste dorp vóór begin van de Track aan de Shelterzijde en kregen we onderweg nog allerlei wetenswaardigheden te horen. Eenmaal bij De Routeburn Shelter, het startpunt van de korte hike van de eerste dag regent het al volop.
In het zuidwesten van het Zuidereiland regent het 200 dagen van het jaar, anders gezegd… je boft als je helder en droog weer hebt. Je hele uitrusting moet hier dus op berekend zijn. De tent, je rugzak, je waterdichte regenkleding. De eerste etappe is een redelijk vlakke van de Routeburn Shelter naar de Flats campsite.

Volledig ingepakt in regenkleding leg ik het eerste deel af in de wetenschap dat er morgen wat beter weer voorspeld is. Dat is heel fijn en geeft de burger moed, want morgen ga ik de hoogte in en zijn er “stunning views” voorspelt! Eenmaal aangekomen bij de Flat Hut wacht ik daar ongeveer 1,5 uur tot de regen stopt voordat de tent opgezet kan worden. Intussen trek ik droge kleding aan om het wat warmer te krijgen en hang ik de natte te drogen onder de overkapping van de hut. De regen komt weer met bakken de hemel uit, “pouring rain”! Ik
gebruik een droog moment om de tent vliegensvlug op te zetten en zo snel mogelijk alles in de tent te “gooien”, want de regen kondigt zich alweer aan met spetters. Het klinkt gek, maar dit weertype is wat je nu eenmaal kunt verwachten en je stelt je erop in. Dan is het minder erg, zo werkt het nu eenmaal. Er is dan ook geen teleurstelling! Meer een soort van trots gevoel, dat je dit doet, ondanks de omstandigheden.
De volgende dag is een wereld van verschil! Hoewel vannacht weinig geslapen als gevolg van wind, regen en gedonder begin ik vroeg en redelijk monter aan de tweede verwachtingsvolle dag. Na een paar kilometers, voorbij de Falls hut, steig ik in rap tempo.

De eerste vergezichten zijn prachtig. Achteruitkijkend naar de Flats valley waar de tent heeft gestaan is wonderschoon, mede door de zonnestralen die te zien zijn in het lichtspel met de wolken.

Na de Falls hut daal ik af om via het schitterende dal uiteindelijk via het koude Lake Harris, Harris Saddle te bereiken, waar ik even uitrust en lunch op dit hoogste punt van de route (1255m). Het is koud hier en heb m’n hoodie op en handschoenen aan, maar wat een schitterende en adembenemende route is dit!!Ik kom ogen te kort.

Na een half uur vervolg ik de track voor het laatste deel richting MacKenzie hut via een bergrug van de Hollyfort valley. Nog 4 uur te gaan.

Mijn voeten en schouders beginnen zeer te doen en dat maakt dat het vooral op het laatste stuk met de afdaling naar Lake MacKenzie erg zwaar is. Net voorbij de MacKenzie hut ligt de campsite tussen de bomen verscholen waardoor het er fris aanvoelt. Uitgeput, maar voldaan, kom ik er aan en het voelt als een bevrijding om de rugzak af te doen en even op slippers te kunnen lopen. Wat een dag!!
De tent staat nu op een soort speciaal aangelegd kampeer vierkant… hm .. dit klinkt wel heel erg vaag… zo zag het er ook uit :-), maar goed… geen foto helaas.
De laatste dag van de route gaat van MacKenzie campsite naar The Divide, een hike waar ongeveer 4 uur voor staat. Dat moet lukken! Opzich gaat de etappe redelijk. Vergezichten zijn er helaas nauwelijks door de regen en de daardoor ontstane bewolking die tussen de bergen hangt.

Toch zijn er wel mooie dingen te zien. De route gaat voornamelijk door de bossen en is matig vlak te noemen. De watervallen zijn talrijk en groot en bij de Earland falls, een waterval die naar beneden dondert vanaf 174 m hoogte, ben ik er bijna nagenoeg onderdoor gelopen. Ik kreeg de volle laag! De rug blijft me parten spelen en de rugzak voelt extra zwaar door het natte spul wat ik mee sjouw!
Mijn voeten doen ook zeer en gaande weg neemt bij mij de gedachten de overhand om de Kepler track te skippen en me helemaal te richten op de Milford track. Dat is dan ook het uiteindelijke besluit! Ik ga de komende week die ik nu nog heb gebruiken, om uit te rusten en me voor te bereiden op de Milford track, een 4 daagse huttentocht. Zogezegd een van de mooiste tracks op deze planeet!
De weersvooruitzichten zijn niet denderend, want er komt een koufront aan met kans op sneeuw op hoogte. We gaan het zien! Ik ben ruim optijd aangekomen bij The Divide. Ik moet zeker ruim 2 uur wachten voor de bus komt die me naar Te Anau brengt en ik heb het koud en mijn lichaam rilt af en toe, maar ik heb wel de tijd om even bij te komen en wat te eten. Warm worden lukt me pas als ik een paar uur verder onder de douche sta op de camping in Te Anau.
The Routeburn track is werkelijk een schitterende voettocht met heel wat uitdagingen en persoonlijke beproevingen. De tweede dag was een subliem hoogtepunt met dito vergezichten en ik moet zeggen dat ik het graag nog een keer zou willen doen!

The Milford track belooft dit te overtreffen… ik ben benieuwd…
Leave a comment